Selecteer een pagina

1. Waaraan moet uw kopij voldoen?

Algemeen

Al uw inzendingen worden op prijs gesteld, en worden serieus beoordeeld. Helaas kunnen we geen garantie geven dat uw bijdrage zal worden gepubliceerd. Daarvoor is het aanbod vaak te groot. De redactie selecteert onder meer op kwaliteit, relevantie en originaliteit van het geschrevene, en moet verder rekening houden met een evenwichtige samenstelling van het tijdschrift. Uw artikel kan worden doorgeschoven, of er kan van plaatsing worden afgezien. We gaan niet in discussie over stukken die niet zijn geplaatst; informeren naar de reden mag altijd. Als u ideeën heeft voor een artikel die u eerst wilt voorleggen aan de redactie, kunt u contact opnemen (zie het redactieadres). De redactie behoudt zich het recht voor om ingezonden stukken te redigeren op taal en stijl of deze in te korten. Uit praktische overwegingen is het helaas niet mogelijk om deze aanpassingen vóór publicatie met de auteur te bespreken.

 Aanlevering van uw tekst

Aanlevering van al uw bijdragen geschiedt per email; teksten worden als Word document opgestuurd, liefst opgemaakt in een recente Word-versie.

De maximale omvang van uw bijdragen is afgestemd op de standaard bladspiegel van PLUSminus waarbij rekening is gehouden met voldoende ruimte voor afbeeldingen. We hanteren de volgende vuistregels:

Zakelijke artikelen en columns: maximaal 1100 woorden (2 pagina’s) of maximaal 550 woorden (1 pagina)
Ervaringsverhalen: maximaal 550 woorden (1 pagina)
Recensies: maximaal 500 woorden (1 pagina)
Rubriek ‘Vraag & Antwoord’: maximaal 120 woorden (uw vraag)
Rubriek ‘Opinie & Debat’: maximaal 150 woorden (uw mening)
Rubriek ‘In de marge’: maximaal 250 woorden (indien tekst)

Aanlevering van uw foto’s of illustraties

Het wordt op prijs gesteld als u uw inzending voorziet van een of meer digitaal aangeleverde illustraties of rechtenvrije foto’s van hoge resolutie (omvang meer dan 500 kB). De redactie besluit of deze afbeeldingen geschikt zijn voor plaatsing. Gelieve foto’s niet in de tekst op te nemen, maar te verzenden als mailbijlagen in de vorm van losse JPG’s.

Redactieadres

Het adres van de redactie is: redactieplusminus@plusminus.nl.

 

2. Tips voor het schrijven van een artikel

Een goed en bondig geschreven artikel bereikt meer lezers. Niet iedereen kan van nature geweldig schrijven, maar met voldoende aandacht en een aantal nuttige tips kom je al een heel eind.

Onderstaand vindt u een omvangrijke lijst van schrijfadviezen, veel gemaakte fouten, en aandachtspunten waarmee u uw voordeel kunt doen. Zie het in de eerste plaats als een verzameling suggesties om tot een goed leesbaar artikel te komen. Het is zeker niet de bedoeling dat u alles opvolgt, maar het is handig om er even doorheen te lopen, en vooral aandacht te besteden aan wat voor u van toepassing is. Er is niets ook op tegen als u er welbewust van afwijkt! Afgezien van spel- en grammaticafouten is bij taal zelden iets goed of fout. Aanwijzingen die het standaard format betreffen (zoals de vorm van literatuurverwijzingen e.d.) dient u uiteraard wel te volgen.

· Let erop dat je tekst voor de lezer begrijpelijk is. Dat heeft in de eerste plaats te maken met een heldere opbouw en structuur. Vermijd waar mogelijk dure vaktermen en afkortingen. Probeer je eigen tekst bij wijze van check te lezen als buitenstaander zonder voorkennis. Is de opbouw logisch? Schrijven is een cyclisch proces. Vaak wordt de structuur helderder door zinnen of blokken tekst te verplaatsen, of de volgorde van je tekst te herordenen.

· Wees voorzichtig met lange zinnen met veel bijzinnen; die zijn alleen goed leesbaar als alles klopt, en vergen van de auteur extra kunde en aandacht.

· Breng afwisseling aan. Wissel korte en lange zinnen af, plaats niet steeds het onderwerp vooraan. En let erop dat je voor veel gehanteerde woorden synoniemen gebruikt. Staat er meermaals het woord ‘behandeling’ of ‘medicatie’ achter elkaar, dan komt dat de leesbaarheid niet ten goede. Door afwisseling maak je een tekst levendig en overtuigend. Op google zijn veel sites te vinden waar je synoniemen kan vinden.

· Je kan witregels of nieuwe regels plaatsen om de structuur van je tekst te verduidelijken; hanteer dit middel met mate, anders krijg je een ‘verbrokkelde tekst’. Overgangen naar een nieuw onderwerp of een nieuwe gedachte kan je op die manier duidelijk markeren. De lezer krijgt als het ware een adempauze.

· Wees spaarzaam met plaatsing van leestekens, pas die alleen toe waar de leesbaarheid van de tekst daar nadrukkelijk om vraagt. Waar je in de tekst een rust hoort, is plaatsing van een komma gewenst.

· Vermijd waar mogelijk de lijdende vorm. De tekst wordt daardoor te abstract en afstandelijk, en de lezer dreigt zachtjes in slaap te sukkelen…

· Gebruik van de tegenwoordige tijd kan de tekst verlevendigen, en is ook voor gebeurtenissen in het verleden goed mogelijk. Herinneringen kunnen bijvoorbeeld als actueel worden ervaren. Als de gebeurtenissen in het heden lijken af te spelen wordt de lezer meer betrokken.

· Schrijf ‘PLUSminus’ voor het magazine en ‘Plusminus’ voor de vereniging.

· Probeer zo economisch mogelijk te schrijven, dat wil zeggen breng je boodschap over met een minimum aan woorden. Ieder woord moet wat toevoegen. Ga voortdurend na wat je nog uit je tekst kan schrappen zonder de kern geweld aan te doen. Van schrappen wordt je verhaal bijna altijd beter.

Let vooral op stopwoordjes als ‘erg’, ‘eigenlijk’, ‘nogal’, ‘heel’, ‘best wel’, ‘een beetje’ en dergelijke. Die zijn bijna altijd overbodig.

· Het is goed om je tekst aan het eind hardop aan jezelf voor te lezen. Je hoort dan waar zinnen slecht lopen of haperen. Er moeten leestekens in of uit, zinnen moeten gesplitst of juist aan elkaar geplakt, net zo lang totdat je verhaal soepel loopt. Een goede tekst loopt vloeiend, het is muziek.

· Wees zuinig met bijvoeglijke naamwoorden en (zeer) terughoudend met het gebruik van uitroeptekens. Pas op met ‘grote’ bijvoeglijke naamwoorden als ‘onovertroffen’, ‘schitterend’,

‘afschuwelijk’ en dergelijke. Het wordt al snel te veel expressie, en in tegenstelling tot wat je beoogt raak je de lezer dan juist kwijt.

· Nogal wat auteurs hebben de neiging om een boodschap die ze belangrijk vinden meermaals in verschillende bewoordingen te herhalen. Dat levert een drammerige tekst op, en is ergerlijk. De lezer had het al begrepen, dit wordt een verkooppraatje, schrappen dus…

· Maak uitsluitend gebruik van cursivering, vette tekst of onderstrepingen als dat absoluut noodzakelijk is. Het geeft een onrustige bladspiegel en leest niet fijn. Gebruik van gekleurde tekst wordt sowieso niet overgenomen in het magazine, en heeft dus geen zin.

· Neem de tijd! Schrijven van een artikel vergt veel tijd en inspanning. Kwaliteit is een optelsom van taalgebruik, schrappen, schuiven met tekstblokken, betere synoniemen vinden, toevoegen en indikken. Het is een cyclisch proces waarbij een steeds betere en scherpere tekst tot stand komt. Soms is het goed even afstand te nemen. En laat je concept in het eindstadium nog eens kritisch lezen door een buitenstaander.

· Wees terughoudend met literatuurverwijzingen, en tabellen en grafieken. We zijn geen wetenschappelijk tijdschrift, leesbaarheid staat voorop. Bovendien streven we een rustige bladspiegel na. Geef je literatuurverwijzingen aan met: [1], [2], et cetera en lijn deze uit. Zorg dus dat een eventueel tweede regel van één verwijzing is uitgelijnd met de bovenstaande. Neem zo nodig een recent exemplaar van PLUSminus ten voorbeeld.

· Houd goed in de gaten voor welke doelgroep je schrijft. Uitgangspunt is altijd dat een flink deel van onze leden de tekst moet kunnen volgen. Je kan je dus best richten op de goed opgeleide lezer, maar medische, psychiatrische of andere vakinhoudelijke kennis mag niet bekend verondersteld worden. Dat gebeurt nu te vaak wel.

· Het verstrekken van medische adviezen is onwenselijk en niet van gevaar ontbloot, en overwegingen omtrent medicatie dienen daarom uiterst zorgvuldig te worden verwoord.

· Benader een onderwerp kritisch en belicht het bij voorkeur van verschillende kanten. Als je artikel bijvoorbeeld een nieuw soort behandeling betreft is het interessant om zowel de voors als de tegens te benoemen. Dat sluit niet uit dat de auteur zelf een (beargumenteerde) eigen positie kan kiezen. Onderscheid duidelijk waar je een (eigen) mening weergeeft en waar je feiten beschrijft.

· Boekrecensies hebben in PLUSminus altijd een standaard format. Onder de boektitel (is tevens de kop van de recensie), vermeldt u achtereenvolgend: de auteursnaam, de naam van de uitgeverij, het ISBN-nummer, de omvang (aantal pagina’s), en de prijs in druk en als e-book. Kijk voor de juiste vormgeving even in een recente PLUSminus.

· Een goede recensie geeft een kritisch en onderbouwd oordeel over het gerecenseerde. In het algemeen komen dus sterke en minder sterke kanten aan de orde. De recensie dient zo te zijn dat de lezer goed kan oordelen of het iets voor hem of haar is. De huidige recensies voldoen daar vaak niet aan.

· Meestal wordt een interview beter als de vragen niet expliciet worden vermeld maar in de tekst worden verwerkt. De geïnterviewde komt dan volledig tot zijn recht, en de interviewer lijkt afwezig te zijn. De geijkte ‘vraag-en-antwoord’ vorm is vaak een beetje stijf en minder intiem en de interviewer staat te veel in de aandacht.

· Haal je artikel voor inzending door de spellingchecker, en controleer op grammaticale fouten. Let daarbij ook op eventuele dubbele spaties. Onderteken met de auteurs- of schuilnaam waaronder je wilt publiceren; anoniem mag ook. Geef duidelijk aan wat je wilt.

· Bedenk een pakkende, niet te lange titel. Die kan zakelijk zijn, zoals: ‘Interview met Jan Pluis’, maar een quote die op de inhoud slaat is meestal leuker en veelzeggender: ‘De medische slalom

van Jan Pluis’ (in het artikel vertelt Pluis welke medicatie hij in de loop der tijd allemaal heeft geslikt.) Desgewenst kan er een ondertitel bij die de lezer meer informatie geeft over de inhoud.

· Enkele en dubbele aanhalingstekens: worden vaak door elkaar gehaald. Bij citeren van spreken en denken: gebruik dubbele aanhalingstekens. Bij titels of quotes: gebruik enkele aanhalingstekens. Ter verduidelijking de volgende voorbeelden. Hij zei: “ik voel me niet zo goed,” en liep naar de slaapkamer. Zij dacht: “ik zal wel nooit gelukkig worden.” Let op de volgorde van leestekens en aanhalingstekens, dat wordt vaak fout gedaan. En: Ik heb gisteren ‘Dood in Venetië’ gezien en daarna ‘Dik Trom’ gelezen. Wat is die schrijver een ‘moraalridder’!