Selecteer een pagina

Persoonlijke verhalen

Verhaal van Iva – Studeren met sneeuwvlokken op het spoor

12 jaar. Zoveel tijd zat er tussen het slagen voor de havo en het afronden van mijn master. Volgens Rutte en co ben je dan een luie langstudeerder; ik was verre van. Wanneer ik studeerde, ging ik er vol voor. Om 5 uur opstaan, weken van te voren huiswerk voorbereiden, honours programma erbij, het liefst 2x zoveel vakken tegelijk volgen – ze zijn immers allemaal zo interessant!

Vaak lukte het echter totaal niet om te studeren. Dat volgde meestal op zo’n drukke periode vol interessante vakken en andere projecten. Dat soort megaproductieve periodes waren jarenlang een welkome pauze van de vele depressies die sinds het begin van mijn tienerjaren maar terug blijven keren.

“The black dog” noemde Winston Churchill zijn depressies. Ik zou mijne eerder black boomrang noemen, omdat ze maar terug blijven keren in onvoorspelbare patronen. Had iemand in die tijd mijn uitbundige, extraverte en hyperproductieve gedrag aangezien voor wat het daadwerkelijk was – manieën, in plaats van mijn ware, depressievrije ik – dan was die boomrang misschien een zwart schoothondje gebleven. Maar helaas is het niet zo gelopen.

Mijn studiecarrière is daardoor zoals de NS op een winterse dag. De wil om te functioneren is er oprecht, er wordt in speciale dienstregeling gereden en alsnog is er veel uitval op de onvoorspelbare reis.

Zo viel ik 2 jaar nadat ik was begonnen te studeren uit, omdat het combineren van overdag studeren en ’s nachts een bedrijf opzetten en runnen had geleid tot een diepe depressie. Ik ben maanden lang mijn bed niet uit geweest en heb daarna een jaar lang intensieve schematherapie gevolgd. Nadat ik er 2 jaar uit was geweest, was ik genoeg opgelapt om het studeren weer op te pakken. Andere studie, andere stad, ander huis: ik kon er wel weer tegenaan.

In die studie is het een hele tijd nominaal goed gegaan, al had ik soms wat overambitieuze periodes, afgewisseld met periodes waarin ik intensief contact met mijn bank onderhield. Gelukkig bleef het redelijk binnen de perken, al liep het goed uit de hand nadat ik in mijn laatste jaar op uitwisseling naar de andere kant van de wereld was geweest.

In het buitenland stak er namelijk weer een tornado op in mij, deze keer met verstrekkende gevolgen. (Lees: ik had bij thuiskomst al mijn spullen verkocht omdat ik liever in het buitenland wou gaan wonen.) In die sneltreinvaart knalde ik terug in Nederland nog even door, tot ik net na het afronden van mijn bachelor weer hard geraakt werd door de black boomrang. Wéér lag ik maanden in bed, gevolgd door een absurd productieve periode, en voor ik het wist was er alweer een heel tussenjaar voorbij.

Ook tijdens mijn master kreeg ik last van een flinke depressie. Deze keer wou ik voorkomen dat het zo uit de hand liep en ik vroeg mijn huisarts om een antidepressivum. Dat kreeg ik zo maar mee, al is dat natuurlijk gif voor de bipolaire stoornis. Niet lang na het starten met de medicatie knalde ik dan ook weer als een achtbaan door het leven – maar deze keer met beangstigende psychotische verschijnselen.

Dat maakte na 15 jaar depressies en tornado’s ineens een heleboel duidelijk. Een geluk bij een ongeluk kun je wel zeggen. Ik kreeg de diagnose bipolaire stoornis en na al die jaren eindelijk passende behandeling voor mijn terugkerende depressies, en “helaas” ook voor die productieve manieën, because you can’t have your cake and eat it too…

Ik ben dan wel een echte langstudeerder, maar inmiddels ben ik de trotse bezitter van een research master diploma – en een baan als onderzoeker. De aanhouder wint!

 

Verhaal van Anoniem – Een tweede kind willen na mijn diagnose bipolaire stoornis

Mijn eerste zwangerschap ging heel goed en de bevalling ging ook prima, maar eenmaal thuis werd de kraamweek na enkele dagen een ware hel. Ik had niet gedacht dat een kind krijgen zo’n intense ervaring zou zijn, voor mij en mijn man. Als kersverse ouders ben je onzeker over alles, want alles is nieuw. Het belangrijkste was de voeding, en de borstvoeding vond ik erg pijnlijk en zwaar, want van de kraamvrouw moest ik elke twee uur voeden, dus ook ’s nachts. Toen ik in 5 dagen slechts 9 uur had geslapen, ging het fout: ik schoot in een manische episode. De crisisdienst kwam toen al snel dagelijks langs en binnen een aantal weken werd er bipolaire stoornis 1 bij mij gediagnosticeerd. Gelukkig kreeg ik na een lange dip van meerdere maanden, bijna een jaar denk ik, eindelijk mijn lichaam en geest weer terug.

Toen mijn zoontje één jaar was geworden, kreeg ik in mijn omgeving steeds vaker de welbekende vraag: “Wanneer komt de tweede?” Mijn man en ik hadden het er ook vaak over; willen wij wel een tweede en wanneer is het een goede timing? Ondanks een aantal familieleden het afraadde om een tweede te nemen, wilde ik vooral naar mijn eigen gevoel luisteren; wil ik dit zelf of doe ik dit meer voor mijn man of mijn zoontje? Misschien een nog belangrijkere vraag; kan ik het wel aan, werken met twee kinderen? Ik wist eenmaal wat voor impact het kon hebben op ons leven, onze wereld stond namelijk helemaal op zijn kop.

Mijn zoontje sliep na anderhalf jaar jaar eindelijk goed door en we hadden het idee dat we het aan konden, dus we besloten om voor een tweede te gaan. Ik wilde graag een tweede, omdat ik voor mijn zoontje een kameraadje wilde en dat als ik of hij zelf misschien later in zijn leven een zware periode had hij iemand zou hebben met wie hij dit kon delen.

Natuurlijk had ik zorgen dat ik misschien een terugval zou krijgen na de bevalling van de tweede, maar met een lage dosering lithium, 3 x per dag 200 mg, hele goede begeleiding vanuit het ziekenhuis, psychiater en SPV’er, kreeg ik het volle vertrouwen erin dat dit goed zou komen. Dit keer was ik me heel erg bewust van mijn situatie, en lette elke dag op mijn slaap en stressniveau. De hele zwangerschap ging weer prima, ik kon gelukkig goed slapen en had lichamelijk ook niet veel klachten. De bevalling ging gelukkig erg vlot, veel vlotter dan de eerste keer! Vanwege de manische episode bij mijn eerste werd geadviseerd om 5 dagen in het ziekenhuis blijven, waar ik en mijn dochtertje werden gemonitord. Dat was eigenlijk ontzettend fijn, vooral omdat er ’s nachts voor mijn dochtertje werd gezorgd, terwijl ik slaap kon pakken.

Mijn dochtertje is nu bijna ‘één jaar en tot nu toe ben ik stabiel gebleven. Het was fantastisch dat ik dit keer wel de roze wolk heb kunnen meemaken en het geeft me veel zelfvertrouwen dat ik stabiel kan blijven. Kinderen opvoeden is zeker niet alleen maar rozengeur en maneschijn, maar ik ben  ontzettend blij dat ze er zijn.

 

Verhaal van Sanne (26) – Studeren met een bipolaire stoornis

Ik kreeg tijdens mijn studie een manische psychose.

Nominaal afstuderen kan voor studenten zonder een diagnose ook al een behoorlijke uitdaging zijn. Met Nominaal afstuderen wordt bedoeld dat je binnen de termijn die gesteld wordt door de opleidingsinstelling afstudeert. In mijn geval hield dit in dat ik in drie jaar mijn bachelor behoorde te halen en één jaar de tijd kreeg voor mijn master.

Toen ik in 2013 aan mijn studie begon, wist ik nog niks over bipolariteit en had ik nog geen diagnose. De eerste twee jaar van mijn bachelor gingen mij voor de wind; ik haalde mijn vakken in één keer. In het derde jaar van mijn studie, ging het echter minder goed. Ik sliep niet goed meer, en haalde mij van alles en nog wat op de hals. Met studie was ik niet bezig; ik had ‘belangrijkere’ dingen te doen, zoals het opzetten van een eigen bedrijf en het schrijven van een boek. In de zomer van 2016 ging het mis:  na dagen wakend te hebben doorgebracht, werd ik psychotisch. Ik ben een dag vermist geweest en door de politie van straat geplukt. De crisisdienst in en een hoop tranquilizers verder, kreeg ik de diagnose: bipolaire stoornis.

Herstellen(?) en doorstuderen

Uiteraard zorgde de psychose ervoor dat ik een tijdje uit de roulatie was. Ik moest weer vanaf nul beginnen. Vier maanden na mijn psychose pakte ik mijn studie weer op. Ik had het geluk dat ik nog maar één vak hoefde te doen om mijn bachelor af te ronden, en dat dit vak maar 6 verplichte contacturen per week had. Desalniettemin was het bijna niet vol te houden. Terugkijkend op die periode, durf ik te stellen dat ik te snel weer mijn studie had opgepakt; ik was nog (lang) niet hersteld.

Toch heb ik mij ingeschreven voor een master en ging ik door met mijn studie. Na de vakantieperiode zou het wel weer beter gaan toch? Helaas was dit niet het geval. De intensiteit van een master, gecombineerd met mijn herstel en kwetsbaarheden, zorgden ervoor dat ik maarliefst drie jaar heb gedaan over een master die één jaar hoort te duren.

Studievertraging. En nu? 

Gelukkig zijn er mogelijkheden in het geval van studievertraging door (psychische) gezondheidsredenen. Voor mij waren deze mogelijkheden echter vrij onduidelijk. Toch is het mij gelukt om een extra jaar studenten OV te krijgen, een jaar studiefinanciering terug te krijgen en heb ik de mogelijkheid gekregen om een extra jaar studielening te krijgen (8 jaar in totaal in plaats van 7 jaar, zoals dat destijds was). Hierom beschrijf ik hier welke zaken je in gang kan zetten. Heb jij een geldige reden voor studievertraging, en een bipolaire stoornis met de bijbehorende gevolgen is dat zeker, dan kan je de volgende stappen doorlopen:

  • Meld het bij je studieadviseur

De studieadviseur kan je helpen bij het aanpassen van je studieprogramma, mocht je één of meerdere vakken gemist hebben. Ook kan de studieadviseur contact opnemen met de examencommissie, bijvoorbeeld om de geldigheidsduur van tentamencijfers te verlengen. Daarnaast kan de studieadviseur je in contact brengen met de studentenpsycholoog- en decaan. De studentendecaan speelt namelijk een belangrijke rol:

  • In gesprek gaan met de studentendecaan

De studentendecaan maakt de inschatting of jouw studievertraging gekomen is door de door jouw genoemde (psychische) klachten. Hiervoor gaat de deze ook in beraad met de studieadviseur. Als je hier al bekend bent, werkt dit dus zeker in je voordeel. De studentendecaan heeft contact met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de instantie voor studieschuld. Als je vertraging oploopt, kan DUO een deel van de studielening kwijtschelden. Ook kan eventueel de diplomatermijn verlengt worden. Momenteel (op moment van schrijven) moet je binnen 10 jaar vanaf het begin van je studie een diploma halen. Dit termijn kan dus eventueel verlengt worden. De studentendecaan biedt hier assistentie bij en voorziet je van de juiste formulieren.

Mijn belangrijkste, persoonlijke tip die ik mee kan geven, is: praat over je problemen met je opleidingsinstelling, en wacht hier niet te lang mee. Ik vond dit in eerste instantie behoorlijk eng om te doen, maar ik was positief verrast door de assistentie en begeleiding die ik kreeg! Er is meer mogelijk dan je denkt.

Wil je meer weten over wat mogelijk is als je studeert met een chronische aandoening? Kijk dan op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

 

Verhaal van Michelle – Bipolair en alleenstaande moeder van 2

Op mijn 19e en 21e werd ik moeder van een zoon en dochter welke inmiddels 12 en 9 zijn. Ik heb ze alleen opgevoed.

Vanaf mijn 11e worstel ik met depressies maar de diagnose bipolair werd pas op mijn 25e gesteld. Wat ik lastig vind aan moeder zijn en psychische problemen is de draagkracht/vermoeidheid. Ik kan veel minder hebben dan anderen en moet me daardoor soms even terugtrekken om rust te vinden. De kinderen zijn hieraan gewend en gaan er goed mee om.

De kinderen zorgen voor ritme en structuur, relativering en een goede sfeer. Maar het is ook meer prikkels en er wordt veel van je gevraagd. Maar ik ben blij dat ze in mijn leven zijn. Bipolariteit en kinderen hebben kan goed samengaan, maar een goed netwerk dat soms taken of de kinderen van je kunnen overnemen is heel belangrijk. Dit heb ik gelukkig, mijn ouders. Dat mijn zoon nu de leeftijd heeft waarop ik depressief werd beangstigt me wel eens, stel dat hij, of mijn dochter, ook depressies krijgt? Maar ik denk dat ik, door mijn eigen ervaring, hier wel goed mee kan omgaan.

 

Verhaal van Tineke – Geen kinderwens

Als jongere was ik nooit veel bezig met de vraag of ik kinderen wilde. Ik had wel al een vaste relatie vanaf mijn achttiende. We gingen al snel samenwonen maar over kinderen hadden we het nooit. Dit komt waarschijnlijk, omdat ik nog erg worstelde met het leven. Ik had al vanaf een jonge leeftijd last van depressies en was hier ook voor in behandeling. Na een mislukte stage ben ik gestopt met mijn opleiding verpleegkunde en eigenlijk wist ik niet wat ik wilde in mijn toekomst. Uiteindelijk ben ik maatschappelijk werk gaan studeren en stelde de vraag rond kinderwens uit tot ik een vaste baan had. Helaas was er geen werk voor mij toen ik klaar was met mijn studie maatschappelijk werk en kwam ik weer in de zorg terecht, met een onzeker 0 uren contract zonder enige vastigheid.

Ondertussen bleef ik last houden van depressies en uiteindelijk kreeg ik de diagnose bipolair type 2. Omdat het bij ons in de familie veel voorkomt droeg dit wel bij aan het idee dat ik geen kinderen wilde. Belangrijker was het feit dat ik mijn depressies niet onder controle kreeg en zelfs opgenomen moest worden voor een episode van rapid cycling. Na de opname heb ik pas echt geaccepteerd dat ik bipolair was en ben hier sindsdien ook open over. Gelukkig heb ik een vriend die niet perse kinderen wil en goed snapt dat mezelf in balans houden een zware taak voor mij is en ik daarbij niet de mogelijkheid zie om ook nog op een goede manier kinderen op te voeden. Vriendinnen om mij heen hebben wel kinderen en vooral tijdens zwangerschappen die ik van dichtbij meemaak merk ik wel een soort verdriet dat ik nooit zal voelen hoe het is om zwanger te zijn. Het daadwerkelijk hebben van kinderen ervaar ik niet als verlies. Ik werk als bestuurslid van plusminus en een europese patiëntenvereniging en dat kan ik waarschijnlijk niet combineren met moederschap. Ik vind het leuk werk, het daagt mij uit en geeft mij kansen die ik niet zou hebben gehad als ik wel voor kinderen had gekozen. Ik ben tevreden met mijn keus om geen kinderen te nemen en blij dat mijn vriend mij hierbij steunt.

 

Verhaal Michiel – Ouderschap

Toen ik voor het eerst psychotisch werd was mijn vrouw al ruim 5 maanden zwanger, die zwangerschap was voor mij een enorme motivator om heel hard aan mezelf te werken en weer stabiel te worden en vooral ook te blijven. Dat jaar, waarin ik vader werd, een psychose had en de diagnose “bipolariteit” moest leren te accepteren was voor mij een zwaar jaar.

Mijn vrouw en ik hebben verschillende lastige gesprekken gehad over of we wel of niet zouden proberen om een tweede kind aan ons gezin toe te voegen. Na lang wikken en wegen besloten we om hier toch voor te gaan. We hadden, en hebben, er vertrouwen in dat we een stabiele en liefdevolle omgeving kunnen creëren voor onze kinderen. Zo nodig met hulp van onze families.

Wat ik wel enorm lastig blijf vinden is het risico dat er van een bipolaire stoornis vaak gezegd wordt dat het erfelijk is, circa 30% kans in een gezin waarvan 1 ouder de bipolaire stoornis heeft vs 3% van de algemene populatie. Deze gedachte doet me veel verdriet, maar tegelijkertijd weet ik dat ik hier verder niet veel aan kan doen. Het motiveert ons wel om er voor te zorgen dat onze kinderen goed leren praten over hun emoties en stemmingen,niet heel extreem maar zeker wel met meer aandacht dan we hadden gedaan als we dit niet hadden geweten.

Voor mij persoonlijk is ouderschap en bipolariteit wel te combineren, zolang je tenminste voor een aantal zaken zorgt. Zo is het ten eerste belangrijk dat je de psychische kwetsbaarheid serieus neemt, als je deze afdoet als een randzaak of iets wat nooit meer terugkomt dan kan dat verkeerd uitpakken. Een bepaalde houding ten opzichte van medicatie, in mijn geval antipsychotica, is belangrijk. Als het nodig is voor de stabiliteit van mijn gezin leg ik zo nodig mijn hersens helemaal plat, iets wat mij enorm pijn zou doen zoals ik weet uit ervaring. En ten slotte is het naar mijn mening belangrijk dat je een netwerk om je heen hebt om te helpen. Als ik manisch ontregel dan is het belangrijk dat ofwel ik of mijn vrouw en kinderen ergens anders onderdak kunnen vinden, zoals bijvoorbeeld bij onze ouders.

Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat er niet een simpel antwoord is op de vraag of iemand met de diagnose bipolariteit wel of niet aan een gezin moet beginnen. Ik denk dat dat afhankelijk is van de gehele situatie; ernst / intensiteit van de stoornis, partner, financiële situatie, ondersteunend netwerk etc. De keuze voor ons om toch voor een tweede kind te gaan in ons gezin heeft, in ieder geval tot nu toe, geweldig uitgepakt.